De zomer van 2026 stond in het teken van wachten. Iedere dag hoopte ik dat de telefoon zou gaan. En ondertussen ging mijn lichaam verder achteruit.
Een zware zomer
Ik kreeg een FNS-aanval waardoor ik met de ambulance naar het ziekenhuis moest. Daarna kon mijn lichaam de hitte totaal niet meer aan. Dagenlang zat ik met de gordijnen dicht en de airco aan. En toen kwam waar ik al bang voor was: opnieuw een galwegontsteking, met hoge koorts, en ik had zuurstof nodig.
Mijn leverfunctie ging achteruit. Mijn bilirubine steeg, de jeuk werd erger, ik hield vocht vast en mijn zuurstofgehalte was te laag. Het voelde alsof mijn lichaam iedere keer een stukje minder over had om terug te vechten.
Elroy
En toen was er Elroy. Mijn man meldde zich direct aan als levende donor. Eerst als back-upplan, want we wachtten nog steeds op een lever van een overleden donor.
Eerlijk? In eerste instantie wilde ik dat helemaal niet. Het idee dat de persoon van wie ik het allermeest houd zich gezond een operatiekamer in laat rijden, zodat ze een deel van zijn lever aan mij kunnen geven, vond ik ontzettend moeilijk. Voor Elroy was het nooit een vraag.
Daarna volgden maandenlang onderzoeken: bloedonderzoek, scans, hartonderzoek, een leverbiopt en gesprekken. Bij een levende donor wordt werkelijk alles onderzocht, want de veiligheid van de donor staat altijd op nummer één.
Op 25 augustus kwam het nieuws: Elroy is goedgekeurd. Samen met het LUMC besloten we uiteindelijk dat het beter is om met Elroy als levende donor te werken. Hoe zo’n transplantatie precies werkt, leg ik uit in een aparte blog met tekeningen.
Loslaten
In deze periode heb ik iets losgelaten waarvan ik nooit dacht dat ik het zou kunnen: hoe dit allemaal moet aflopen. Ik heb het helemaal aan Jezus gegeven. Niet meer mijn oplossing of mijn timing, alleen Zijn wil. Vraag me niet hoe, maar daar is zoveel rust overheen gekomen.




Liefs, El
